Geen menubalk te zien? Klik hier.

 
 


De sabbat in het Nieuwe Testament

 

Heeft Jezus de wet afgeschaft?

Heeft Jezus de sabbat afgeschaft?

Een genezing op de sabbat (Lucas 13)

Heeft Paulus de wet afgeschaft?

Heeft Paulus de sabbat afgeschaft?

Romeinen 14:5-6

Kolossenzen 2:16-17

Galaten 4:6-11

 

Heeft Jezus de wet afgeschaft?

 

Veel christenen denken dat de tien geboden, waaronder ook het sabbatsgebod, met de komst van Jezus zijn afgeschaft. Daar is echter in het NT geen aanwijzing voor te vinden, integendeel.

 

Jezus zei in de bergrede: ‘Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet (de Tora) of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen. Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet één jota of één tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied. Wie dan één van deze kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein heten in het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der hemelen.’ (Matt. 5:17-19)  In plaats van de geboden af te schaffen, scherpt Jezus ze zelfs nog aan. ‘Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult niet echtbreken. Maar Ik zeg u: Een ieder, die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart reeds overspel met haar gepleegd.’ (Matt. 5:27-28) Het gaat niet alleen om het navolgen van de door God gegeven regels, maar vooral om de houding waarmee je dat doet. Als je in dit geval puur de regel naleeft en niet daadwerkelijk met een andere vrouw het bed deelt, maar vervolgens wel allerlei seksuele fantasieën hebt over andere vrouwen, ben je toch verkeerd bezig, zegt Jezus. Zo moeten de geboden niet slechts op een wettische manier gehouden worden, maar vanuit een houding van liefde tot God. Afgeschaft worden ze geenszins.

 

(naar boven)

 

Heeft Jezus de sabbat afgeschaft?

 

In het NT wordt een aantal keer verteld hoe Jezus genas op de sabbat, en dat de Farizeeën daar moeite mee hadden. Hieruit kun je onmogelijk de conclusie trekken dat Jezus de sabbat opeens niet meer belangrijk vond. Jezus was een Jood en Hij vierde de sabbat zelf. ‘Hij ging volgens zijn gewoonte op de sabbatdag naar de synagoge’ (Luc. 4:16). Maar het is wel duidelijk dat hij er andere ideeën op nahoudt dan de Farizeeën over de invulling van de zevende dag.  In de tijd van Jezus waren er door de rabbijnen honderden nauwkeurige regels opgesteld over de invulling van de sabbat. Het naleven van die regels en rituelen was een last geworden, en de oorspronkelijke bedoeling van de sabbat was vergeten. De sabbatsviering was van een liefdedienst verworden tot een wettisch ritueel. De onderliggende houding was er niet een van liefde tot God en de medemens, maar van pietluttigheid en muggenzifterij.* Jezus wilde de sabbat herstellen in zijn oorspronkelijke bedoeling.

 

Laten we één voorbeeld bekijken van een genezing op de sabbat: Lucas 13:10-17. ‘Hij was bezig te leren in een der synagogen op sabbat. En zie, er was een vrouw, die reeds achttien jaren een geest van zwakheid had en verkromd was en zich in het geheel niet kon oprichten. Toen Jezus haar zag, sprak Hij haar toe en zeide tot haar: Vrouw, gij zijt verlost van uw zwakheid; en Hij legde haar de handen op, en terstond richtte zij zich op en zij verheerlijkte God. Maar de overste der synagoge, het kwalijk nemende, dat Jezus op de sabbat genas, antwoordde en zeide tot de schare: Zes dagen zijn er, waarop gewerkt moet worden, komt dàn om u te laten genezen en niet op de sabbatdag. Maar de Here antwoordde hem en zeide: Huichelaars, maakt ieder van u niet op de sabbat zijn os of zijn ezel van de kribbe los en leidt hem weg om hem te laten drinken? Moest deze vrouw, die een dochter van Abraham is, welke de satan, zie, achttien jaar gebonden had, niet losgemaakt worden van deze band op de sabbatdag? En toen Hij dit zeide, schaamden zich al zijn tegenstanders, en de gehele schare verheugde zich over al de heerlijke dingen, die door Hem geschiedden.’  Ook in deze tekst gaat het over de invulling van de sabbat. De overste van de synagoge is er blijkbaar van overtuigd dat genezen op de sabbat niet mag, omdat hij het beschouwt als werken. Maar Jezus legt de nadruk op de oorspronkelijke bedoeling van de sabbat. Het was een dag van rust, en een dag waarop de bevrijding van het volk uit Egypte herdacht werd. Jezus’ missie is daarmee in overeenstemming: ‘De Geest des Heren is op Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd heeft, om aan armen het evangelie te brengen; en Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen en aan blinden het gezicht, om verbrokenen heen te zenden in vrijheid, om te verkondigen het aangename jaar des Heren’ (Luc. 4:18-19). Jezus is de Verlosser, die juist op de sabbat mensen wil bevrijden van hun banden. Daarmee zet Hij het verlossende werk van de Vader voort. 

 

(zie Bacchiocchi, Van Sjabbat naar zondag, pagina 31-33)

 

* Jezus geneest op de sabbat een blindgeborene (Joh. 9:1 e.v.). De Farizeeën berispen Hem omdat hij op de sabbat slijk heeft gemaakt om op de blinde ogen van de man te smeren. Dat was werken, vonden ze. In Johannes 5:5 e.v. staat hoe Jezus een zieke geneest en hem opdraagt zijn matras op te nemen en te lopen. De Joden spreken de man aan omdat hij zijn matras draagt op de sabbat, want dat is werken, volgens hun regels. Telkens weer wordt duidelijk dat het de Farizeeën meer te doen is om de wettische naleving van regeltjes, dan om een invulling van de sabbat vanuit een liefdevolle houding tegenover God en de medemens. Tegen die houding komt Jezus in opstand.

 

(naar boven)

 

Heeft Paulus de wet afgeschaft?

 

Teksten uit de brieven van Paulus worden vaak aangehaald als bewijs dat de wet na de komst van Jezus niet meer geldig is. Wat Paulus leerde, lijkt soms in eerste instantie tegenstrijdig.

 

Enerzijds schrijft hij uitermate positief over de wet. ‘Want besneden zijn betekent niets, en onbesneden zijn betekent niets, maar wèl het houden van Gods geboden’ (1 Kor. 7:19) en ‘Stellen wij dan door het geloof de wet buiten werking? Volstrekt niet; veeleer bevestigen wij de wet’ (Rom. 3:31). Zelf hield hij zich aan alle bepalingen uit het Oude Testament, zoals blijkt uit Handelingen 21, waar de oudsten te Jeruzalem tegen Paulus zeggen: ‘Gij ziet, broeder, hoevele duizenden er onder de Joden gelovig zijn geworden en allen zijn zij ijveraars voor de wet; nu heeft men hun van u verteld, dat gij alle Joden onder de heidenen afval van Mozes leert…’  Ze raden hem aan zich te heiligen, 28:17. ‘En het geschiedde na drie dagen, dat Paulus de voormannen der Joden samenriep, en toen zij bijeen gekomen waren, zeide hij tot hen: Mannen broeders, ofschoon ik niets gedaan heb tegen ons volk of de voorvaderlijke gewoonten, ben ik uit Jeruzalem gevankelijk overgeleverd in de handen der Romeinen.’  ‘dan zullen allen bemerken, dat van alles, wat men hun van u verteld heeft, niets waar is, maar dat gij ook zelf medegaat in de onderhouding van de wet’ (vers 20-21 en 24). Paulus volgt hun advies op om te bewijzen dat de geruchten die over hem de ronde doen inderdaad vals zijn.

 

Anderzijds lijken sommige van zijn uitspraken te suggereren dat de wet niet meer van kracht is. ‘Wij, geboren Joden, en geen zondaars uit de heidenen, wetende, dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit werken der wet, maar door het geloof in Christus Jezus, zijn ook zelf tot het geloof in Christus Jezus gekomen, om gerechtvaardigd te worden uit het geloof in Christus Jezus en niet uit werken der wet. Want uit werken der wet zal geen vlees gerechtvaardigd worden’ (Gal. 2:15-16) en ‘… want indien er gerechtigheid door de wet is, dan is Christus tevergeefs gestorven’ (Gal. 2:21).

 

Als je goed leest, zie je echter dat Paulus doelt op rechtvaardiging door de wet. Door het houden van de geboden kun je niet gerechtvaardigd worden. Behouden word je alleen op grond van het geloof in Jezus. Paulus zegt niet dat we ons niet meer aan de wet hoeven te houden nu Jezus voor ons gestorven is, maar dat het houden van de wet niet noodzakelijk is voor je behoud. Daarvoor is Jezus aan het kruis gegaan, zodat wij gered zouden worden. Paulus heeft dus alleen kritiek op groepen joden die de wet zien als weg tot zelfverlossing, die door het doen van ‘goede werken’ proberen zelf hun behoud zeker te stellen.  De wet zelf is niet slecht, maar de manier waarop deze groepen ermee omgaan wel. ‘Zo is dan de wet heilig, en ook het gebod is heilig en rechtvaardig en goed’ (Rom. 7:12).  Christus is de enige weg tot verlossing en behoud.

 

De wet blijft dus ook na Jezus’ komst van kracht als Gods wil voor ons. Uit eigen kracht de wet houden is onmogelijk. Dan is de wet een ‘bediening des doods’ (2 Kor. 3:7) – we zouden allemaal onherroepelijk verloren gaan. Na de zondeval kan de mens niet meer volledig naar Gods wetten leven. ‘… de gezindheid van het vlees [is] vijandschap tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods; trouwens, het kan dat ook niet: zij, die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen’ (Rom 8:7). We kunnen niet meer voldoen aan Gods eis – volmaaktheid. ‘Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is’ (Matt. 5:48). Maar ‘de zonde zal over u geen heerschappij voeren, want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade’ (Rom. 6:14). God zij dank! Als wij Jezus aannemen als Verlosser, worden we niet meer door de wet veroordeeld. ‘Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn. Want de wet van de Geest des levens heeft u in Christus Jezus vrijgemaakt, van de wet der zonde en des doods’ (Rom. 8:1-2). Als je nog ‘in het vlees’ bent, als je Jezus’ offer nog niet hebt geaccepteerd, is het onmogelijk om weerstand te bieden tegen de zonde. ‘Gij daarentegen zijt niet in het vlees, maar in de Geest, althans, indien de Geest Gods in u woont’  (Rom. 8:7-8). Als je Gods genadegift aanneemt, ontvang je de Heilige Geest, die Gods wet in je hart zal griffen, waardoor je als vanzelf Zijn wil zult doen en Zijn geboden zult onderhouden.

 

(naar boven)

 

Heeft Paulus de sabbat afgeschaft?

 

Drie Nieuwtestamentische teksten worden vaak aangehaald als bewijs dat Paulus het vieren van de sabbat onbelangrijk vond.

 

(zie Locht, hoofdstuk 5.2)

Romeinen 14:5-6

 

‘Deze [immers] stelt de ene dag boven de andere, gene stelt ze alle gelijk. Ieder zij voor zijn eigen besef ten volle overtuigd. Wie aan een bepaalde dag hecht, doet het om de Here, en wie eet, doet het om de Here, want hij dankt God; en wie niet eet, laat het na om de Here en ook hij dankt God.’

 

Paulus grijpt terug op een eerder gevoerde discussie. Blijkbaar waren er onder de gemeente in Rome mensen die liever vegetarisch wilden eten (vers 2) en geen wijn wilden drinken (vers 21). Vegetarisme en onthouding van alcohol waren geen bijbelse geboden, dus verschil van mening was mogelijk. Paulus roept de gemeente dan ook op elkaar op dit punt niet te veroordelen, maar onderling verdraagzaam te zijn. Het lijkt in deze context waarschijnlijker dat met de ‘dagen’ die genoemd worden, eerder vastendagen bedoeld worden dan de sabbat. Verschillende joodse groepen hadden meerdere vastendagen per week vastgesteld om zich aan God toe te wijden. Dit waren echter menselijke instellingen, geen bijbelse, en hoewel deze instellingen op zichzelf niet verkeerd waren,  konden ze niet als verplichting aan elkaar worden opgelegd. 

 

(naar boven)

 

Kolossenzen 2:16-17

 

‘Laat dan niemand u blijven oordelen inzake eten en drinken of op het stuk van een feestdag, nieuwe maan of sabbat, dingen, die slechts een schaduw zijn van hetgeen komen moest, terwijl de werkelijkheid van Christus is.’

 

Ook dDit tekstgedeelte moet zoals altijd  in de context gelezen worden. Er waren allerlei mensen in Colosse, tegenstanders van Paulus, die de gemeenteleden probeerden te misleiden. ‘Ziet toe, dat niemand u medeslepe door zijn wijsbegeerte en door ijdel bedrog in overeenstemming met de overlevering der mensen, met de wereldgeesten en niet met Christus’ (vers 8). Er werden verplichtingen opgelegd die door engelen geopenbaard zouden zijn. ‘Laat niemand u de prijs doen missen door gewilde nederigheid en engelenverering, als ingewijde in wat hij heeft aanschouwd, zonder reden opgeblazen door zijn vleselijke denken’ (vers 18). Men predikte zelfkastijding (vers 23) en bepaalde voedingsmiddelen mochten niet worden gegeten (vers 21). Paulus veroordeelt deze sektarische bepalingen als ‘dingen, die door het gebruik teloorgaan, zoals het gaat met voorschriften en leringen van mensen’ (vers 22) en roept de gemeente te Colosse op zich tegen deze dwaalleraars te verzetten.

 

Meestal wordt ervan uitgegaan dat Paulus’ tegenstanders de oudtestamentische feestdagen, nieuwe maansdagen en sabbatten in ere hielden en dat Paulus daar kritiek op had. Feestdagen, nieuwe maansdagen en sabbatten worden dingen genoemd, ‘die slechts een schaduw zijn van hetgeen komen moest, terwijl de werkelijkheid van Christus is’. Dit gedeelte is helaas zeer onnauwkeurig vertaald. Letterlijk staat er in het Grieks: ‘dingen, die een schaduw zijn van wat komen moet, terwijl het lichaam van Christus is’. Het feit dat er in de vertaling voor een verleden tijd is gekozen, en dat het woord ‘slechts’ is toegevoegd, komt waarschijnlijk door een theologisch vooroordeel dat aan de vertaling ten grondslag ligt, waarbij de oudtestamentische wet met de komst van Christus zou zijn afgeschaft. Wanneer de sabbat en de feesten echter nog steeds een schaduw zijn van de toekomstige rust in Gods koninkrijk, kan Paulus onmogelijk bedoelen dat deze dagen zijn afgeschaft. Waarschijnlijk had Paulus kritiek op de invulling van deze dagen, zoals die door sektarische groepen werd opgelegd.

 

(naar boven)

 

Galaten 4:6-11

 

‘En dat gij zonen zijt – God heeft de Geest zijns Zoons uitgezonden in onze harten, die roept: Abba, Vader. Gij zijt dus niet meer slaaf, doch zoon; indien gij zoon zijt, dan zijt gij ook erfgenamen door God. Maar in de tijd, dat gij God niet kendet, hebt gij goden gediend, die het in wezen niet zijn. Nu gij echter God hebt leren kennen, ja, meer nog, door God gekend zijt, hoe kunt gij thans terugkeren tot die zwakke en armelijke wereldgeesten, waaraan gij u weder van meet aan dienstbaar wilt maken? Dagen, maanden, vaste tijden neemt gij waar. Ik vrees, dat ik mij wellicht tevergeefs voor u ingespannen heb.’

 

De meeste commentatoren menen dat ‘dagen, maanden en vaste tijden’ de bijbelse feestdagen bedoeld worden. Dit is echter onjuist. Het is een aanduiding voor heidense feestdagen. Het gaat in deze brief om de besnijdenis, die door sommige joodse christenen aan niet-joodse bekeerlingen werd opgelegd. Paulus richt zich tot deze bekeerlingen in Galatië, die blijkbaar nogal waren geschrokken van die consequentie van hun bekering tot het christendom, en weer begonnen terug te vallen in de heidense gewoonten. De besnijdenis was voor hen een onoverkomelijk bezwaar. Maar Paulus zet zich fel af tegen die joodse leer, dat de besnijdenis een voorwaarde is voor hun behoud, en wijst de bekeerlingen terecht omdat ze zijn teruggevallen in hun oude gewoonten.

 

 

(naar boven)

 

Vragen of opmerkingen? Mail naar postmaster@waaromdesabbat.nl.